Dokter André De Zutter

Home

Home

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mailadres

Dokter André de Zutter

Welkom bij Dokter De Zutter

Dokter André De Zutter werd geboren op 7 november 1933 te Boom. Hij studeerde klassieke medicijnen aan de K.U.L. en werd specialist NKO en allergoloog. Dokter De Zutter is een arts met een open geest en een luisterend oor, dit getuigen zijn patiënten. Hij heeft zich steeds verder gespecialiseerd: fytotherapie, homeopathie, accunpunctuur, neuraaltherapie, ozontherapie en Bio-electronica van Vincent. Tevens is hij Master-Praktitioner in de NLP en hij bekwaamt zich in de transpersoonlijke coaching en counseling. Na 40 jaar ervaring kwam hij tot de bevinding dat patiënten, die zelf hun verantwoordelijkheid opnemen voor hun ziekte, sneller genezen dan anderen die zich in hun ziekte koesteren. Niemand kent beter zijn lichaam dan de patiënt zelf dus de patiënt kan zich zelf genezen onder de kundige begeleiding van een bevoegd arts of therapeut.

Idealisten

‘MIJMERINGEN VAN EEN GROOTMOEDER’

Soms vraag ik mij af of idealen nog mogen bestaan?

Of is het zo dat enkel de inhoud gewijzigd is?

Zo wil mijn man al jaren minderen met werken, maar sinds we in Antwerpen wonen is er van minderen zeker geen sprake.

Heel ons gezin heeft het er moeilijk mee; langs de ene kant willen ze hun papa met zijn 78 jaar niet overbelasten en aan de andere kant zijn er de patiënten die smeken om een consult. Wat doe je als een moeder van een ziek kind met een zwaar medisch verleden, vraagt om een consult?

Ze weten allen hoe goed hij is, vooral bij kinderen. Zelf zijn ze ontzettend dankbaar dat zij hem nog steeds om advies kunnen vragen bij hun kinderen. Ze hopen dit nog jaren te kunnen doen en gunnen het ook andere bezorgde ouders. Toch wordt de druk steeds groter en heeft hun papa zelfs geen tijd meer voor zijn geliefde siësta.

Op hun vraag stapte hij naar een apotheker die gekend is in de alternatieve wereld om er een lijst op te vragen van huidige bekwame alternatieve artsen. De artsen die hij van de cursussen kenden zijn of overleden, of gestopt door de druk van de orde of wonen niet in de regio. Groot was zijn verbazing toen de apotheker hem meldde dat het aantal homeopathische artsen met de jaren vermindert. Gek eigenlijk, gezien de stijging van de vraag vanuit het patiëntenbestand.

Blijkbaar is dit te wijten aan het tekort aan huisartsen waardoor de jonge arts dadelijk in een drukke praktijk terecht komt en er geen tijd meer overblijft voor bijscholing.

En dan sla ik aan het mijmeren!

Is dat de reden? Ik herinner mij onze begintijd. Er waren geen neus-keel-oorartsen en dus werd mijn man door zowat elke kliniek in West-Limburg gevraagd: Lommel, Neerpelt, Herk de Stad, Bree, Beringen, het medisch centrum van Tessenderlo. Daarbij had hij ook een privé praktijk; een gevestigde in Genk en een beginnende in Geel. Op operatiedagen vertrok hij om vijf uur 's morgens en keerde om middernacht huiswaarts. Mijn eerste huwelijksjaren waren dan ook erg eenzaam. Toch gebruikte hij de weinig vrije tijd die hem restte om zich te verdiepen in de alternatieve geneeswijzen.

Op huwelijksreis had hij zijn eerste boeken over acupunctuur en homeopathie bij zich. Iets wat ik verwacht had, aangezien ik erbij was toen hij ze in de alternatieve boekhandel van de Wiegstraat kocht. Wanneer kon hij ze anders lezen? Ik weet nog dat mijn mama mij vroeg waarom ik zoveel leesboeken meenam op huwelijksreis. Om mij bezig te houden als hij met zijn neus in de boeken zit, natuurlijk!

Onze weekendtrips waren cursussen in alternatieve geneeswijzen. Deze cursussen werden niet gesponsord door medische firma's. Zo herinner ik mij nog hoe een groepje homeopaten regelmatig aan de kust bij elkaar kwamen gedurende het weekend. Zij verdiepten zich gemeenschappelijk in de 'Kent', de bijbel van de homeopaten. Ik ging regelmatig mee met ons Annikske en later ook met Andre jr. Zelfs het avondeten deden we niet gemeenschappelijk want de artsen gingen zo op in de materie dat ze iets te eten vroegen tijdens de besprekingen. Meestal lag ik reeds in bed als het groepje uit elkaar ging.

Neen, deze artsen hadden elk een zeer drukke praktijk en een huisgezin. Zij waren idealisten. Het ging hen niet om een grote praktijk of veel geld of aanzien, het ging hen om de zieke, de mens in nood. Dit wil niet zeggen dat andere artsen niet begaan zijn met hun patiënten. Ik denk dat het meer te maken heeft met het verleggen van limieten.

Niet iedereen die sport beoefent wil de Olympische spelen behalen. Vele kinderen of sportmensen met talent, hebben niet de moed of zin om er opofferingen voor te doen. Je geraakt niet op de Olympische spelen zonder zware trainingen, een hoop ontzeggingen en een volledige focus op het doel.

Ik denk dat het in de geneeskunde hetzelfde is. En dan vraag ik mij af of de idealen een andere invulling gekregen hebben!

Is het de invloed van de jaren zestig die de jonge arts aanzette om zijn kennis te vergroten, zijn bewustzijn te verruimen. De 'flowerpower' periode. De tijd waar alles rond liefde draaide. De jeugd die de wereld wou veranderen. 'Make love, not war!'
Zijn de idealen verdwenen of gaat het nu meer om het individu zelf, terwijl het vroeger om de ander, de wereld ging?
Is dit slechter? Ik denk dat hier sprake is van een evolutie. Indien je wereld draait om de anderen, kan je zwaar gekwetst worden vooral als er ook veel verwachtingen t.o.v. de anderen zijn. De mens voelt zich gekwetst in de liefde, de vriendschap en sluit zich af. De menselijke acties zijn dan gericht op het 'zelf' en niet op de ander. Het is zo'n menselijke reactie en toch! Ik geloof nog steeds dat de vreugde in het leven te vinden is in een gerichtheid op de ander. Elke moeder of vader weet hoeveel vreugde ze ervaren als de Sint hun kinderen verwent. Of als ze ontgoochelde traantjes kunnen drogen van hun kleine spruit.
Van een kind of een hond verwachten wij veel minder. Zij kunnen ons niet zo erg kwetsen in onze liefde en dus laten wij onze liefde voor hen onbeperkt stromen.
Liefde kan echter niet gekwetst worden, want liefde is onvoorwaardelijk! Liefde heeft begrip voor de hond, die handelt vanuit zijn hond-zijn, of het kind dat reageert vanuit het kind-zijn. Is er ook begrip voor het mens-zijn en de individuele handelingen die hieruit voortspruiten? Of laten wij de stroom van liefde in ons blokkeren door ons denken?

O.k., de idealen zijn misschien gewijzigd en misschien is dat goed. Leefden wij misschien teveel voor de anderen? Ik bedoel daarmee niet in liefde, maar wel wat anderen denken en of onze acties wel passen voor de ander. Leven voor anderen wil niet zeggen dat anderen ons leven dienen te bepalen. Het betekent dat elk individu zelf kiest om te leven voor een ander en dit in de mate waarin dit individu zich veilig voelt om in volledige overgave lief te hebben. Soms is een huisdier de eerste stap om te komen tot een volledige overgave aan het leven en alles wat het leven bevat.
Het individualisme van deze tijd kan een overgang zijn naar een idealisme dat niet komt uit de maatschappelijke orde maar uit het menselijk hart.

Misschien zijn er minder homeopathische artsen, maar tegelijkertijd zien we steeds meer complementaire artsen. Vele gedachtegangen van de alternatieve arts zijn doorgedrongen in het klassieke geneeskundige circuit. Denk maar aan de vermindering van het gebruik aan antibiotica. Wij zien het ook aan het aantal artsen dat met hun kinderen op consultatie komen.

'Be the change you want to see in the world!'

Daarom hopen wij dat er spoedig een arts onze gelederen komt vervoegen en mede met ons zich met hart en ziel inzet om onze patiënten te begeleiden. De voldoening die dit geeft is ongelooflijk. De relatie arts/patiënt is zulk een mooie, liefdevolle, dankbare relatie en dit in twee richtingen. Wij kunnen er over mee spreken. Zulk een relatie ontstaat niet door het streven naar een liefdevolle, dankbare relatie, maar wel door een eerlijke, liefdevolle inzet met een groot begrip en meeleven van de arts en een overgave en vertrouwen van de patiënt. Deze overgave en dit vertrouwen heeft niet alleen een heilzame werking op de ziekte maar ook op de persoonlijke groei, zowel van de arts als de patiënt.
Als arts is men het zichzelf verplicht om steeds meer te kennen en te weten, zodat een patiënt zich ook in volle vertrouwen kan overgeven aan de behandeling. Als de verruiming van het weten zich op verschillende terreinen manifesteert kan dit de kennis enkel vergroten. Ook mijn man heeft alternatieve terreinen bestudeerd die hij niet tot de zijne maakte. Tussen elk koren is er kaf. Wel was het steeds de moeite om te kijken waarom een niet arts tot resultaten kwam die bij de arts en zelfs artsen niet mogelijk waren.

Het gedachtegoed van onze maatschappij krijgt misschien een andere invulling? Ik hoop echter dat het gedachtegoed en de kennis van mijn man ooit kan worden overgedragen en niet verloren gaat.

Gil De Zutter - Olaerts